Hoe ontstaat een kabinet? Formatie, coalitie en oppositie
Na de verkiezingen begint het pas: de formatie. Wat doen een verkenner, informateur en formateur, en wat betekenen coalitie, oppositie en 'demissionair'? Neutraal uitgelegd.
Nederland kent bijna nooit één partij met een meerderheid. Na de verkiezingen moeten partijen daarom samen een coalitie vormen die op minstens 76 zetels kan rekenen. Dat onderhandelingsproces heet de formatie.
De rollen in de formatie
- Verkenner — brengt kort na de verkiezingen in kaart welke combinaties kansrijk zijn.
- Informateur — begeleidt de inhoudelijke onderhandelingen tussen de beoogde coalitiepartijen.
- Formateur — meestal de beoogde premier; stelt het kabinet daadwerkelijk samen.
Het resultaat is een regeerakkoord: de afspraken waarop de coalitie de komende jaren regeert.
Coalitie en oppositie
De partijen die het kabinet steunen en de ministersposten leveren, vormen de coalitie. De overige partijen zijn de oppositie: zij controleren het kabinet en brengen alternatieven in. Beide rollen zijn essentieel in een parlementaire democratie.
Coalitiepartijen zijn via het regeerakkoord aan elkaar gebonden en stemmen daardoor vaker mee met de regering; oppositiepartijen krijgen hun voorstellen minder vaak aangenomen. Dat is geen waardeoordeel, maar een gevolg van de machtsverhouding — iets om in gedachten te houden bij cijfers over stemgedrag (zie de grafieken).
Vertrouwensregel en 'demissionair'
Een kabinet regeert zolang het het vertrouwen van de Tweede Kamer heeft. Verliest het dat vertrouwen, of stapt een coalitiepartij op, dan valt het kabinet. Tot er een nieuw kabinet is, blijft het oude demissionair: het handelt lopende zaken af, maar neemt geen omstreden nieuwe besluiten.
Bekijk de kabinetten door de tijd en het huidige kabinet met hun samenstelling.