Het einde van het Balkenende-tijdperk: hoe CDA de macht verloor
Acht jaar CDA-premierschap eindigde in 2010 in een kabinetsval over Afghanistan en een historische verkiezingsnederlaag. Wat gebeurde er precies, en wat volgde erop?
Van 2002 tot 2010 was Jan Peter Balkenende (CDA) minister-president, in vier opeenvolgende kabinetten. Dit artikel gaat over het einde van die periode: hoe het vierde kabinet-Balkenende viel, hoe het CDA een half jaar later een historische verkiezingsnederlaag leed, en wat daarna volgde. Zie ook zijn profiel.
De val over Uruzgan
Het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, ChristenUnie) regeerde vanaf 2007 en kreeg al snel te maken met het uitbreken van de kredietcrisis. In de nacht van 19 op 20 februari 2010 viel het kabinet over een ander onderwerp: de vraag of de Nederlandse militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan na 2010 moest worden voortgezet, eventueel in een andere vorm. Vicepremier Wouter Bos en de andere PvdA-ministers vonden een verlenging onaanvaardbaar; toen de meerderheid van het kabinet daar anders over besloot, bood de PvdA haar portefeuilles aan. Premier Balkenende kondigde de val van het kabinet aan met de woorden: "Waar vertrouwen ontbreekt, is een poging om het over de inhoud eens te worden bij voorbaat tot mislukken gedoemd." Zie het profiel van Wouter Bos.
CDA en ChristenUnie bleven daarop als demissionair minderheidskabinet aan tot de verkiezingen. ChristenUnie-minister André Rouvoet nam daarbij tijdelijk ook het onderwijsministerie over — zie zijn profiel.
Een historische verkiezingsnederlaag
Op 9 juni 2010 vonden vervroegde Tweede Kamerverkiezingen plaats. Het CDA leed een historische nederlaag: van 41 naar 21 zetels, ongeveer een halvering. Balkenende nam op de verkiezingsavond meteen ontslag als partijleider en verliet de politiek; Maxime Verhagen volgde hem op. Ook PvdA-leider Wouter Bos was al in maart 2010 gestopt en had het leiderschap overgedragen aan Job Cohen. Bij deze verkiezingen werd de VVD, onder leiding van Mark Rutte, voor het eerst in haar bestaan (sinds de oprichting in 1948) de grootste partij, en boekte de PVV van Geert Wilders een grote zetelwinst.
Wat volgde: een nieuwe coalitievorm
Na een lange formatie kwam er een minderheidskabinet van VVD en CDA (kabinet-Rutte I), met voor het eerst een schriftelijke gedoogakkoord met de PVV: die partij steunde het kabinet in de Kamer zonder zelf deel te nemen aan de regering. Dit markeerde het einde van het CDA als vaste spil van de Nederlandse politiek — een positie die de partij sindsdien niet meer heeft terugveroverd — en het begin van een periode waarin VVD en PVV een structureel grotere rol speelden. Zie de volledige kabinetten door de tijd en het profiel van Mark Rutte.